Stichting Neuropsychologie Nederland

Betto Deelman (1934-2012)

Prof. dr. Betto Deelman stond in Nederland aan de wieg van een nieuw wetenschapsgebied, de neuropsychologie. Zijn levenswerk was de studie van de relatie tussen beschadigingen in het brein en stoornissen in mentale processen. Hij was een inspirerend docent en heeft een hele generatie clinici en onderzoekers geraakt en beïnvloed.

Biografie

Betto Deelman is geboren in 1934 in Groningen. Na zijn studie psychologie in Groningen ging hij in dezelfde stad in het Academisch Ziekenhuis aan de slag als psycholoog. Hij heeft zijn hele carrière in het AZG gewerkt, aanvankelijk onder leiding van psychiater professor Pieter Baan en de klinisch psycholoog Pieter Boeke. Aandachtsstoornissen bij mensen met epilepsie was destijds een belangrijk onderzoeksthema. Later richtte Deelman de focus meer op de temporaalkwab, de taal en het geheugen. Het geheugen is feitelijk altijd een centraal thema in zijn werk gebleven.

Toen in 1963 een groep neurologen besloot om regelmatig samen te komen (in de vorm van de Werkgroep Neuropsychologie) om zich verder te verdiepen in de neuropsychologie, zat Deelman daar al als eerste psycholoog bij. Zodoende heeft hij vanaf het eerste begin de neuropsychologie in Nederland helpen vormgeven en dat heeft hij op vele manieren en in vele hoedanigheden gedaan. Op de eerste plaats als docent. Niet alleen in Groningen, maar ook in Amsterdam, waar hij in de beginjaren naartoe reisde om er gastcolleges in de neuropsychologie te verzorgen. In 1970 verscheen zijn collegedictaat Neuropsychologie; men zou kunnen zeggen een voorloper van het latere boek Klinische neuropsychologie.

Vervolgens heeft Deelman een belangrijke rol gespeeld in het neuropsychologisch onderzoek in Groningen. In samenwerking met psychologen als Ed van Zomeren en verschillende neurologen (met name de hoogleraar Jan Minderhoud) heeft hij jarenlang onderzoek gedaan naar de effecten van traumatisch hersenletsel op aandacht en geheugen. In een latere fase heeft Deelman zich gericht op veroudering en geheugen. In 1989 werd hij aangesteld als bijzonder hoogleraar gerontologie op initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Gerontologie. Zijn oratie, in 1993, was getiteld Pro memorie: Het geheugen in het dagelijks leven van ouderen.

Deelman heeft ook een zeer grote bestuurlijke bijdrage geleverd. Zijn inbreng is cruciaal geweest bij het tot stand komen van de sectie Neuropsychologie binnen het Nederlands Instituut van Psychologen (nip) en bij het oprichten van de specialistische opleiding tot klinisch neuropsycholoog. Onder zijn bezielende sturing werd het specialisme Klinische Neuropsychologie in de wet big verankerd en werd Klinisch Neuropsycholoog een beschermde titel. Tal van vruchten heeft al dit werk opgeleverd. Bij meer dan 450 publicaties was hij op de een of andere manier betrokken. Hij trad op als (co)promotor bij zestien proefschriften, waaronder die van Van Zomeren, Brouwer, Jennekens- Schinkel, Schmand en Spikman.

Tallozen hebben kennisgemaakt met de klinische neuropsychologie door het boek met die naam te bestuderen: ‘Deelman’ werd zo een begrip onder docenten en studenten! Deelman was de centrale figuur in de redactie van het boek. Het verscheen in 1997 en werd grondig herzien in 2004. Daarnaast was hij als redacteur nog bij drie andere boeken betrokken. Hij heeft ook meegewerkt aan de ontwikkeling van een aantal tests, zoals de 15 Woordentest (1986), de SAN-test voor afasie (1989) en de Cognitieve Screening Test (CST; 1991).

De Stichting Neuropsychologie Nederland, oorspronkelijk in het leven geroepen om met de opbrengsten van het boek Klinische neuropsychologie het vak te stimuleren, stelde de tweejaarlijkse Betto Deelmanprijs in voor Nederlandse neuropsychologen die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor het vakgebied. In 2009 werd de prijs voor het eerst uitgereikt, en wel aan Han Diesfeldt. Bij diezelfde gelegenheid werd Deelman voor al zijn inspanningen tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau benoemd.

Uit: Eling, P. (2013). In Memoriam Betto Deelman (1934-2012). Tijdschrift voor Neuropsychologie, 8, 66-67.